INLOGGEN

Veelgestelde vragen

Algemene interpretatie van de testresultaten

ESP staat voor Epigenetic Scan Profiler. Wat betekent de term epigenetica?

Ons erfelijk (genetisch) materiaal of DNA bepaalt de mogelijkheden of potenties die ons lichaam kan ontwikkelen gedurende het leven. Iemand kan sterke genen overerven, maar ook ziekmakende genen kunnen van generatie op generatie worden doorgegeven.
Slechts 40% van de klachten en aandoeningen die zich gedurende het leven manifesteren zijn terug te brengen tot erfelijke factoren. En dan nog, een groot deel hiervan is niet echt genetisch bepaald, maar ontstaan door ongezonde familiale gewoonten die over generaties heen worden doorgegeven. Tot 60% van de klachten en aandoeningen zijn het gevolg van een combinatie van een onaangepaste levensstijl, een onevenwichtig dieet en belastende omgevingsfactoren.

De epigenetica bestudeert alle factoren die een invloed hebben op het erfelijk materiaal, de genexpressie en de stofwisseling.
Het fysieke, emotionele en mentale welzijn is de uiting van de combinatie van ons erfelijk materiaal en alle daarop inwerkende epigenetische invloeden.

Het analytische gedeelte van de test is opgebouwd uit twee delen. Wat is het verschil tussen een fysiologische test en een energetische test, hoe moet ik dat interpreteren?

In het analytische gedeelte wordt enerzijds het aandeel van stoornissen in de fysiologie en het celmilieu en anderzijds stoornissen in het energetisch profiel als oorzaak van disbalans t.o.v. elkaar beoordeeld.

Aan de hand van een vergelijking wordt het verschil duidelijk:

  • het energetisch profiel kan je beschouwen als ‘het plan van de architect of de berekeningen van de ingenieur’. Als de architect of de ingenieur een fout maakt bij zijn berekeningen, en de aannemer volgt strikt het voorgeschreven plan, dan zullen er toch constructiefouten optreden.
  • de invloed van de fysiologie en het celmilieu kan je beschouwen als een gevolg van het werk van de aannemer. Ook al heeft de architect een goed plan getekend, als de aannemer de instructies niet navolgt of geen goede materialen gebruikt, dan zullen er toch problemen optreden.

Kies ik best voor een uitgebreide/volledige of korte test?

Een uitgebreide test is aan te raden wanneer u de test ter preventie wenst, bij het opstarten van de behandeling van chronische aandoeningen of wanneer u meer inzicht wenst in de oorzaak van klachten.

Een korte test is ideaal

  • wanneer u een oplossing wenst voor acute klachten
  • wanneer bij de opvolging van chronische klachten, de meeste klachten verdwenen zijn maar een welbepaalde klacht overblijft
  • wanneer tijdens de opvolging van een chronische aandoening, bepaalde acute klachten toch uw specifieke aandacht vergen. Voorbeeld: U wordt opgevolgd voor een aandoening van hart- en bloedvaten en breekt uw been of scheurt een gewrichtsband. Een korte test voor acute blessures kan dan heel gericht supplementen adviseren om het herstel van de botbreuk of de gewrichtsband te bespoedigen.

Vervangt de ESP-gezondheidstest een bloedonderzoek?

De Esp-gezondheidstest geeft andere informatie dan een bloedonderzoek. Een bloedonderzoek richt zich op biochemische (scheikundige) veranderingen in het lichaam maar geven geen uitsluitsel over de oorzaak daarvan. Die inzichten worden duidelijk gemaakt aan de hand van de ESP-gezondheidstest. Zo kan uit de bloedanalyse blijken dat er een ijzertekort is in het bloed. Indien dit tekort prioriteit heeft in het geheel van de stoornissen die worden teruggevonden zal dit ook aangegeven worden in de ESP-gezondheidstest. Vaker wordt de oorzaak van het tekort als prioriteit voor behandeling naar voor geschoven: stel immers dat het darmslijmvlies zodanig verstoord is dat ijzer zeer slecht kan opgenomen worden, dan zal de test het opheffen van deze stoornis als prioritair zien. Het nemen van een ijzersupplement zal immers in dit geval niet voldoende resultaat bieden.

Kan via de analyse een tumor worden vastgesteld?

Een tumor is een structureel letsel en kan enkel worden vastgesteld aan de hand van klinisch onderzoek, fotografische beelden (echo, RX, CTscan, MRI,…) en de diagnose kan in principe enkel gesteld worden aan de hand van een biopsie met daarbij horend pathologisch verslag (afname en onderzoek van weefselstaal). De ESP-gezondheidstest kan echter wel bij een vastgestelde tumor inzicht geven in de oorzaak van het ontstaan en advies geven i.v.m. supplementen die kunnen bijdragen tot een sneller herstel alsook ter voorkoming van herval. Een heelkundige behandeling heeft een gunstig resultaat indien men de tumor volledig kan verwijderen, maar doet nog steeds niets aan de oorzaak van het ontstaan ervan. Zeker indien bijkomende behandelingen nodig zijn (radiotherapie, chemotherapie, hormoontherapie, immuuntherapie,…) kan de ESP-gezondheidstest belangrijke extra informatie verschaffen om de kans op succes zo optimaal mogelijk te maken. Neveneffecten kunnen sneller worden herkend of opgevangen worden. Ook in de mentale en emotionele ondersteuning kan de ESP-gezondheidstest soelaas brengen.

Kan via de ESP-gezondheidstest een sportletsel worden vastgesteld?

Een tumor is een structureel letsel en kan enkel worden vastgesteld aan de hand van klinisch onderzoek, fotografische beelden (echo, RX, CTscan, MRI,…), arthroscopische technieken (kijkoperaties),... worden vastgelegd. Wel kan de ESP-gezondheidstest aangeven welke supplementen het meest geschikt zijn om het herstel zo snel mogelijk te laten verlopen. Bij chronische letsels kan de test de dieperliggende oorzaak opsporen. Zo kan bijv. een chronische ontsteking van de Achillespees verband houden met algemene lichaamsverzuring of een verminderde nierwerking. Mechanische overbelastingen dienen uiteraard steeds uitgesloten en vermeden te worden.

Kan via de ESP-gezondheidstest het gebruik van dopingproducten of drugs vastgesteld worden?

Het gebruik van doping of drugs dient vastgesteld te worden via een scheikundige identificatie van het product of een afbraakproduct ervan. Een scheikundige identificatie kan op basis van een bloed- of urinestaal, uitgeademde lucht of een scheikundige analyse van een haarstaal. Het gebruik van doping of drugs heeft steeds een impact op de stofwisseling. De gevolgen van het gebruik van deze producten op de verschillende lichaamsfuncties weerspiegelen zich in de test. De test geeft inzicht in hoe de opgelopen schade het best kan hersteld worden en kan een belangrijke bijdrage leveren in de afbouw van de producten alsook de opvang van eventuele ontwenningsverschijnselen zowel op fysiek, emotioneel als mentaal vlak. Het is niet zo dat bepaalde stoornissen waargenomen in de ESP gezondheidstest een absolute indicatie zijn voor het gebruik van doping of drugs of hierover enig uitsluitsel geven.

Ik heb last van een stijve geblokkeerde nek en toch komen er uit de test geen supplementen uit voor de spieren of gewrichten. Wat betekent dat?

Er zijn verschillende communicatienetwerken in het lichaam. Zo krijgt het:

  • informatie afkomstig van structurele en mechanische input
  • informatie afkomstig van biochemische aard (neuro-endocrino-immunologische respons)
  • informatie afkomstig van biofotonen uitwisseling (energetisch niveau)
  • informatie afkomstig van informatievelden (morfogenetische velden)

Al deze communicatienetwerken zijn intrinsiek gekoppeld op niveau van informatievelden. Vertrekkende van stoornissen op dit niveau te bestuderen kan men inzicht krijgen in meer onderliggende gestructureerde of materiële communicatiesystemen.

Zo kan een schouder die vastzit door langdurige verkramping veroorzaakt door chronische angst, zich wel uiten als een mechanisch/structureel probleem, maar opgelost worden door behandeling op een subtieler niveau, met name behandeling van de angst.

Moet ik de aangeraden complementaire therapie absoluut volgen?

De geadiviseerde therapie kan uw genezingsproces versnellen. De keuze ligt uiteraard bij u. Het is belangrijk dat u zich goed voelt bij de voorgestelde therapie of bij de therapeut(e) die de desbetreffende behandeling geeft.

Voeding en voedingsintoleranties

Hoe belangrijk is voeding?

Door de jaren heen is ons erfelijk materiaal en onze stofwisseling afgesteld op de voeding die de mens in zijn omgeving ter beschikking had. Tenzij in tijden van hongersnood waren alle stoffen die nodig zijn om het lichaam gezond te houden in onze leefomgeving aanwezig. Ons huidig westers voedingspatroon mag dan wel rijk zijn aan calorieën, toch zien we meer en meer voedingstekorten door het gebruik van industrieel bewerkte voeding. Tevens komen we meer en meer in contact met synthetische toevoegingen die de darmwerking en het immuunsysteem drastisch ontregelen. Voedingstekorten putten het immuunsysteem uit, vreemde stoffen (pesticiden, insecticiden, kleurstoffen, smaakstoffen, bewaarmiddelen,…) lokken dan weer overgevoeligheidsreacties uit die de normale lichaamsfuncties verstoren. Hoe meer de normale functies verstoord worden, des te meer toxines (lichaameigen afvalproducten) het lichaam produceert. Dit in combinatie met de overmaat aan toxische stoffen waaraan we worden blootgesteld maakt dat de stofwisseling meer en meer belast wordt en er minder energie beschikbaar komt voor de natuurlijke processen.
Het lichaam wordt ook steeds meer en meer blootgesteld aan tal van niet natuurlijke stralingsvelden die de normale elektromagnetische activiteit (vnl. in de hersenen) kunnen verstoren.

Natuurlijke, organische (bio-), niet industriële voeding is nog steeds de beste manier om het lichaam te voorzien in alle nodige voedingsstoffen. Kennis van kruiden en plantenextracten maakt het zelfs mogelijk om toxische stoffen terug uit het lichaam te verwijderen alsook om ons door middel van de aanwezig antioxidanten te beschermen tegen de kwalijke gevolgen van chronische stress en de toegenomen stralingsinvloeden.

Wat is het verschil tussen een voedselallergie en een voedselintolerantie?

Voedselintoleranties zijn overgevoeligheden voor een welbepaalde stof op een welbepaald moment. Ze kunnen een gevolg zijn van recentelijk overmatig gebruik of langdurig gebruik van de stof. Ze kunnen echter variëren in de loop van de tijd en zijn vaak een weerspiegeling van de huidige toestand van de darm. Een intolerantie voor tarwe is een vastgestelde overgevoeligheid op een welbepaald moment.
Bij een echte allergie vormt het lichaam antistoffen tegen de stof die meer acuut ernstigere reacties kan uitlokken. Bij elk contact vernieuwd contact in een latere fase kan de uitgelokte allergische reactie toenemen. Hier dient de stof in de toekomst steeds vermeden te worden. Een voedselallergie kan opgespoord worden via bloedtesten.

De test wijst een intolerantie voor gluten aan, waar moet ik op letten?

Gluten is een kleverige , taaie, eiwithoudende stof in tarwe, rogge, spelt en gerst. Ook couscous, bulghur, seitan, triticale en kamut bevatten gluten. Haver bevat in principe gene gluten maar is zelden zuiver omdat men er vaak sporen van tarwe, rogge of gerst in aantreft. Tarwekiemen en tarwezemelen bevatten geen gluten.

Een echte allergische reactie op gluten wordt erfelijk, overgedragen (coeliackie) en blijft een levenslange aandoening. De meeste vormen zijn echter niet erfelijk bepaald, maar ontstaan door uitputting van de glutenafbrekende enzymen in het slijmvlies van de dunne darm. Wanneer het darmstelsel de gluten onvoldoende afbreekt, kunnen de onverteerde resten (gliadine) het slijmvlies van de darm gaan irriteren en beschadigen. Dat vergroot de doorlaatbaarheid van de darm en zo komen glutenfragmenten in de bloedbaan terecht. Het lichaam maakt hiertegen antistoffen aan. De uitgelokte immuunreactie veroorzaakt zowel t.h.v. de darmwand als elders in het lichaam ontstekingsreacties. Vooral de huid en het zenuwstelsel zijn hiervoor zeer gevoelig. Bij een echte allergie kan de schade aan het darmslijmvlies zo hoog oplopen dat het lichaam ook andere voedingsstoffen slecht opneemt. Dat leidt dan weer tot allerhande tekorten zoals vitaminetekort, mineralentekort,... Ook stoornissen in de beweeglijkheid van de darm, vermoeidheid, gewrichtsklachten, verhoogde kans op botbreuken, overgevoeligheid van de huid, tintelingen, branderig gevoel, vochtophopingen, hoofdpijn, zenuwpijn, migraine, epilepsie, depressie, nervositeit, angststoornissen, ADHD, gebrek aan concentratie, bleekheid, prikkelbaarheid, opgezwollen buik, ruikende stoelgang, diarree, ondergewicht, groeistoornissen, aften, humeurigheid, huilen en problemen met tandglazuur kunnen zich voordoen.

Een intolerantie voor gluten is een vastgestelde overgevoeligheid op een welbepaald moment. Het kan een gevolg zijn van recentelijk overmatig gebruik of langdurig gebruik van gluten. Een intolerantie kan echter variëren in de loop van de tijd en is vaak een weerspiegeling van de huidige toestand van de darm. Voedselintoleranties kunnen het lichaam gevoeliger maken voor andere irriterende stoffen. Intolerantie voor gluten veroorzaakt meestal lokale klachten: winderigheid, een opgeblazen gevoel, gewichtsschommelingen en vermoeidheid.
Eens men de gewoonte heeft aangenomen om gluten te vervangen door andere voedingsmiddelen doet men er verstandig aan om die gewoonte aan te houden. Gluten vormt een extra belasting voor het immuunsysteem. De kans op herval bestaat bij het terug invoeren ervan. Indien glutenvrij blijven eten niet haalbaar is, wordt toch aangeraden om alsnog zoveel mogelijk tarweproducten te mijden.

Voeding zonder gluten:

Rijst: alle rijstsoorten, rijstvlokken, rijstkoeken en rijstzetmeel
Maïs: korrels en koven, maïszetmeel, griesmeel voor polenta, maïsbloem
Gierst: griesmeel en vlokken
Boekweit: meel
Soja: vlokken, bloem, vermicelli, sojamelk, tofu
Sesam: zaadjes
Zetmeel; aardappelzetmeel, tapioca (maniok)
Arrowoot: bindmiddel

De test wijst een intolerantie voor tarwe aan, waar moet ik op letten?

Tarwekorrels zijn het hoofdvoedingsmiddel in meel voor brood, biscuits, koekjes, cake, muffins, (chocolade)bars, crackers, gemengd roggebrood, ontbijtgranen, beschuit, bladerdeeg, pasta, pizzadeeg, noedels en couscous. Ingrediënten van tarwe worden ook gebruikt in worstjes, hamburgers en veel sauzen.

Tarwe bevat naast gluten (gliadine) ook nog ander eiwitten (gluteline) waarop je allergische kan reageren. De uitgelokt immuunreactie veroorzaakt zowel ter hoogte van de darm als elders in het lichaam ontstekingsreacties:

  • huid: branderig gevoel, tintelingen, vochtophopingen, aften,...
  • zenuwstelsel; hoofdpijn, zenuwpijn, migraine, epilepsie, depressie, nervositiet, angststoornissen, ADHD, gebrek aan concentratie, humeurigheid,...

Bij een echte allergie kan de schade aan het darmslijmvlies zo hoog oplopen dat het lichaam ook andere voedingsstoffen slecht opneemt. Dat leidt dan weer tot allerhande tekorten zoals vitaminetekort, mineralentekort,...

Intoleranties veroorzaken meestal lokale klachten: prikkelbare darmen, opgeblazen gevoel, gewichtsschommelingen en vermoeidheid.

Bij een intolerantie kan men vooreerst tarwebrood vervangen door oerspelt of integrale rogge. Opgelet: roggemeel wordt vaak gemengd met tarwemeel (informeer bij uw bakker of bekijk de ingrediënten op de verpakking). Bij onvoldoende resultaat dient men over te schakelen op volledig glutenvrij brood. Rijst, maïs, gierst, boekweit, teffmeeel bevatten geen gluten.

Een intolerantie voor tarwe is een vastgestelde overgevoeligheid op een welbepaald moment. Het kan een gevolg zijn van recentelijk overmatig gebruik of langdurig gebruik van tarweproducten. Een intolerantie kan echter variëren in de loop van de tijd en is vaak een weerspiegeling van de huidige toestand van de darm. Eens men de gewoonte heeft aangenomen om tarwe te vervangen door andere voedingsmiddelen doet men er verstandig aan om die gewoonte aan te houden. Tarwe vormt een extra belasting voor het immuunsysteem. De kans op herval bestaat bij het terug invoeren van tarweproducten. Voedselintoleranties kunnen het lichaam gevoeliger maken voor andere irriterende stoffen.

De test wijst op een intolerantie voor melkproducten: melkeiwitten, lactose, dierlijke zuivelproducten of sojamelk aan, waar moet ik op letten?

Voedselintoleranties zijn overgevoeligheden voor een welbepaalde stof op een welbepaald moment. Ze kunnen een gevolg zijn van recentelijk overmatig gebruik of langdurig gebruik van de stof. Ze kunnen echter variëren in de loop van de tijd en zijn vaak een weerspiegeling van de huidige toestand van de darm. Voedselintoleranties kunnen het lichaam gevoeliger maken voor andere irriterende stoffen. Voedselintoleranties geven in de eerste instantie lokaal klachten t.h.v. de darmen. Ze worden echter ook in verband gebracht met huidproblemen, problemen t.h.v. de luchtwegen, een verstoorde zuurtegraad in het lichaam, artritis en osteoporose.

  1. dierlijke zuivelproducten, (koe)melkeiwitten (caseïne, weiproteïnen) Een zuivelproduct is een melkproduct (koe, geit, schaap, buffel, jak, paard,...) of op een basis van melk gemaakt product zoals boter, yoghurt, kaas, ijs, wei, room, slagroom, geëvaporeerde melk, melkpoeder, karnemelk, ghee, kefir, wrongel en kwark. Let ook op verborgen zuivel: cacaodrank, chocoladesaus, gegratineerde gerechten, witte sauzen, industriële soepen en vleessauzen, gebak, cake, koekjes, donuts, snackbars,... Dankzij industriële bewerking is er ook caseïne, wei-eiwit, gecondenseerde melk, poedermelk en andere ingrediënten op melkbasis. Eieren zijn een dierlijk bijproduct maar vallen niet onder deze noemer in geval van intolerantie voor dierlijke zuivel, (koe)melkeiwitten (caseïne, weiproteïnen).
    Een intolerantie voor melkeiwitten kan zich uiten als maag- en darmklachten, eczeem, luchtwegenproblemen (astmatische kalchten, verhoogde slijmprodcutie, sinusitis,...), spierzwakte. Bij baby’s kan het zich uiten als huilbuien.
    Bij een allergie voor melkeiwitten worden er tevens in het bloed antilichamen gevormd. De hierbij gevormde immuuncomplexen kunnen ontstekingsreacties uitlokken elders in het lichaam: bijv. in spieren en gewrichten, het zenuwstelsel,...
    Kazen vormen bij (koe)melkeiwitallergie nog een grotere belasting dan melk zelf. Ghee of geklaarde boter is vrij van zowel melkeiwit als melksuiker (lactose).
    Alternatieven zijn: sojamelk, havermelk, rijstmelk, amandelmelk, kokosmelk en kamutmelk.

  2. Bij intolerantie voor lactose (melksuiker) maakt het lichaam onvoldoende het enzym lactase aan om de aanwezige lactose af te breken. Onverteerde resten irriteren het darmslijmvlies. Dit kan zich uiten 30’ tot 2 uur na een maaltijd als maag- en darmklachten zoals misselijkheid, braken, buikpijn, opgeblazen gevoel, winderigheid en diarree, maar ook als eczeem. Bij kinderen en baby’s kan het verantwoordelijk zijn voor huilbuien.
    Lactose intolerante personen dienen alle koemelkproducten te laten, dus ook yoghurt en kwark. Harde kazen bevatten wel minder lactose dan zachte kazen. Zeer gevoelige personen dienen ook op te letten met brood, gebak, instantsoepen, margarines, bereide vleeswaren, saladedressings, snoepgoed, pannenkoekenmix, koeken, biscuits en poedervormige maaltijden.

    Alternatieven bij intolerantie voor lactose:
    Geitenmelk bevat geen lactose.
    Plantaardige alternatieven: sojamelk, rijstmelk, amandelmelk, speltmelk, kamutmelk, havermelk en kokosmelk.
    Ghee of geklaarde boter is vrij van zowel melkeiwit als melksuiker (lactose).

  3. 25% van de mensen met een intolerantie of allergie voor koemelk vertonen tevens een intolerantie of allergie voor soja. Deze intolerantie kan van tijdelijke aard zijn zoals bijv. door het plots overschakelen op soja waarbij de darm zich nog onvoldoende heeft kunnen aanpassen aan grotere hoeveelheden soja of bij een verminderde darmfunctie.
    Een intolerantie voor soja is een vastgestelde overgevoeligheid op een welbepaald moment. Het kan een gevolg zijn van recentelijk overmatig gebruik of langdurig gebruik van tarweproducten. Een intolerantie kan echter variëren in de loop van de tijd en is vaak een weerspiegeling van de huidige toestand van de darm. Een intolerantie voor een bepaald voedingsmiddel kan het lichaam gevoeliger maken voor andere irriterende stoffen. Ze worden in verband gebracht met huidproblemen, problemen t.h.v. de luchtwegen, een verstoorde zuurtegraad, artritis en osteoporose.

Eens men de gewoonte heeft aangenomen deze producten te vervangen door geschikte alternatieven doet men er verstandig aan om die gewoonte aan te houden. Koemelkproducten en andere dierlijke zuivel vormen een extra belasting voor het immuunsysteem. De kans op herval bestaat bij het terug invoeren van deze producten. Voedselintoleranties kunnen het lichaam gevoeliger maken voor andere irriterende stoffen.

Toxische belasting

De test wijst uit dat er een toxische belasting is. Hoe ernstig is dat? Moet ik bijkomende onderzoeken laten doen?

Toxische stoffen vormen een ware belasting voor het lichaam. Voornamelijk de stapeling in de loop van de tijd kan ernstige gevolgen hebben. Zo zijn bijv. pesticiden en insecticiden neurotoxisch en worden bij stapeling in verband gebracht met het ontstaan van tumoren en neurodegenratieve aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson, de ziekte van Alzheimer,... . Hormoonverstorende chemicaliën zoals PCB’s, organochloorspesticiden, bisphenol A, ftalaten,… hebben dan weer een chemische strcutuur die verwant is aan die van hormonen. Ze kunnen de stofwisseling verstoren en zelfs aanleiding geven tot een ‘toxische’ vorm van overgewicht. Bij stapeling kunnen ze tevens triggers zijn voor de ontwikkeling van hormoongevoelige tumoren. Dit zijn maar enkele mogelijkheden van toxische belastingen die kunnen worden teruggevonden.
Elke toxische belasting van welke aard ook, verdient de nodige aandacht. De ESP-gezondheidstest laat toe om reeds minimale storende hoeveelheden op te sporen vooraleer ze zelfs in het bloed te merken zijn. Uit de combinatie van het klachten patroon alsook de supplemeten waarop het lichaam gunstig reageert kan de behandelende arts dezich een beeld vormen over de ernst van de belasting. In principe is het niet noodzakelijk een bijkomende bloedanalyse te laten uitvoeren tenzij dit een hulp kan zijn bij de opvolging of in geval er sprake kan zijn van beroepsziekte.

Verminderde afweer

De test wijst op een verminderde afweer tegen virussen, (myco)bacteriën, candida/schimmel of parasieten. Moet ik bijkomende onderzoeken laten doen?

Wanneer de ESP-gezondheidstest ‘verminderde afweer’ als resultaat geeft, betekent dit dat de immuniteit in het lichaam verminderd is voor deze ziekteverwekkers. Uit de lijst van de geadviseerde supplementen en afhankelijk van de klinische symptomen kan de arts of gezondheidstehrapeut(e) afleiden of een verdere behandeling noodzakelijk is. Indien nodig kan hij/zij beslissen om bijkomende onderzoeken te laten uitvoeren (bloedonderzoek, stoelgangsonderzoek,...) In geval van klachten en een testresultaat van ‘verminderde afweer voor parasieten’ na een vakantie in tropische gebieden is het toch aan te raden een test te laten uitvoeren in het Tropisch Instituut voor Geneeskunde. Tropische parasieten kunnen gevaarlijk zijn, zeker gezien wij hier nagenoeg geen immuniteit hebben tegen opgebouwd.

Stress

Is chronische stress echt zo ziekmakend?

Chronische stress is één van de meest belastende dagelijkse invloeden op het lichaam. In oorsprong heeft een (kortstondige) stressreactie een gunstig effect op het lichaam: het stelt het lichaam in staat om bij acuut gevaar de nodige energie vrij te maken om adequaat te reageren. Nochtans heeft in onze huidige westerse samenleving stress meer en meer een chronisch patroon aangenomen: dagelijkse stress van werk, familiale problemen,… zorgen ervoor dat het lichaam niet snel genoeg meer kan terugkeren naar een toestand van ontspanning. Deze toestand is essentieel om alle herstelprocessen goed te laten verlopen.
Chronische stress vreet niet enkel energie waardoor de kans op burn-out en depressie vergroot, maar ook de immuniteit verzwakt ernstig met het risico op ernstige chronische aandoeningen. Anderzijds kan te weinig ‘gezonde stress’ of uitdaging zoals moeten werken onder zijn bekwaamheid ook chronische stressreacties uitlokken.

Het is niet altijd evident om zomaar stressreacties te vermijden: je kan niet altijd onmiddellijk uw familiale of werksituatie van de ene op de andere dag veranderen. Wel kan je de manier waarop je met die situatie omgaat wijzigen. Technieken die hierbij zeer gunstige resultaten opleveren zijn bijv. mindfulness en hart-coherentietraining. Meer over deze technieken vindt u terug in de boeken:

  1. ‘Waarom je beter weet wat je eet’, Lannoo, ISBN978 014 01791: voor personen die op een bewuste manier met hun gezondheid willen omgaan.
  2. ‘Kerngezond, Biofysische evenwichten voor een optimaal celmlieu’, Lannoo Campus, ISBN978 94 014 0554 6: voor personen die op een professionele manier met gezondheidszorg bezig zijn.

Straling en luchtionisatie

Hoe gevaarlijk is straling?

De invloed van straling op het lichaam is afhankelijk van de soort straling, de sterkte van de straling, alsook van de algemene gezondheidstoestand van het lichaam. Hoe gezonder een persoon, hoe minder hinder het lichaam zal ondervinden. Soms kan een stralingsbron echter zo sterk zijn dat eenieder er hinder van ondervindt (nucleaire ongevallen,...). Er zijn verschillende vormen van straling die de normale lichaamsfuncties kunnen verstoren:

  1. Elektrostatische smog

    Het lichaam en de lichaamscellen kennen een polariteit die tot stand wordt gebracht door een negatief geladen elektrostatisch veld dat het fysieke lichaam doordringt. Hierdoor zijn alle cellen en ook gans het lichaam aan de buitenzijde licht negatief geladen. Blootstelling aan positief geladen elektrostatische velden verstoren de normale celpolariteit end e prikkelbaarheid van de cellen.

    Wanneer elektrische toestellen of lampen aangeschakeld zijn op een unipolaire schakelaar zendt die voortdurend een elektrisch veld uit, zelfs als de schakelaar niet aanstaat. Unipolaire schakelaars vervangen door bipolaire kan hier al soelaas brengen. De celpolariteit kan eveneens verstoord worden door lange autoreizen en voornamelijk door lange vliegtuigreizen.

    Sommige personen zijn zeer gevoelig voor elektrosmog en ondervinden zelfs onmiddellijk hinder bij het aanraken van touchscreens van elektronische toestellen zoals gsm-toestellen, i-pads,… Het uit zich dan als een overgevoeligheid, overprikkeling van het zenuwstelsel.

  2. Elektromagnetische smog

    De beweging van de elektrisch geleidende vloeibare ijzermassa in het binnenste van de aarde geeft ontstaan aan een magnetisch veld dat zich ver tot buiten het aardoppervlak uitbreidt. Dit veld beïnvloedt de magnetietkristallen in de pijnappelklier (epiphyse) in de hersenen. De epiphyse speelt een cruciale rol in de 24-uurs ritmes van de stofwisseling (biologische klok) en het dag-nachtritme. Het veld beïnvloedt tevens het ijzer in het hemoglobine van de rode bloedcellen en heeft een invloed op de temperatuursregeling in het lichaam. Het biedt ook bescherming tegen de natuurlijke maar schadelijke kosmische stralingsinvloeden vanuit het heelal.

    Externe magnetische velden van eenzelfde sterkte als het aardmagnetische veld beïnvloeden rechtstreeks de ionendistributie en de ionenoverdracht in de cellen en beïnvloeden zo de cellulaire functies.

    ELF: extreem laag frequente elektromagnetische velden (kunstmatige alternatieve 50Hz velden) kunnen interfereren met de normale celfuncties: bijv. hoogspanningskabels, elektrische kabels en toestellen met links gepoolde unipolaire schakelaars. Bij dit laatste kan het gebruik van bipolaire schakelaars soelaas brengen.

    HF: hoog frequente elektromagnetische velden kunnen interfereren met de natuurlijke elektromagnetische activiteit van in het lichaam: gepulseerde digitale microgolven van gsm-toestellen, gsm-masten, draadloze telefoon, draadloos internet en domotica.

    Algemeen advies: zet je mobiele telefoon, draadloos netwerk en andere elektronische apparaten uit wanneer u ze niet gebruikt. Beperk het gebruik van uw mobiele telefoon. Vermijd het gebruik van microgolfoven en inductiekookplaten. Plaats eventueel uw bed in de slaapkamer zo dat u het minst hinder ondervindt van het negatieve effect van de elektrische bedrading.

  3. Ioniserende straling Ioniserende straling geeft een verhoogd risico op vrije radicalen schade t.h.v. het erfelijk materiaal in onze cellen. In afwezigheid van voldoende antioxidanten kan dit aanleiding geven tot stoornissen in de celdeling. Voornamelijk de cellen in het beenmerg en de geslachtscellen (eicellen en zaadcellen) zijn hiervoor zeer gevoelig.

    Iedereen is onderhevig aan straling. Bijna iedereen komt in contact met Radon, dat uitgezonden wordt vanuit het binnenste van de aarde. Hoewel het slechts in minimale hoeveelheden wordt teruggevonden in de lucht die we inademen, kan het stapelen in gebouwen op plaatsen waar een verhoogde radonemissie wordt waargenomen. Bij periodes van hevige regen valt radon neer en kan op die plaatsen verhoogde waarden aannemen.
    Andere natuurlijke bronnen zijn: kosmische invloeden: zon, ozongat, verhoogde blootstelling bij transatlantische vluchten.

    Niet natuurlijke bronnen zijn; röntgenstraling, radiotherapie, kernongevallen,... Antioxidanten kunnen bescherming bieden tegen mogelijke straling. De ESP-gezondheidstest geeft aan welke antioxidanten in uw situatie bescherming bieden.

  4. Geopatische stress De invloed van het zwaartekrachtveld op het lichaam werd uitgebreid bestudeerd door de NASA. Veranderingen in het zwaartekrachtveld heeft ongunstige effecten voor de gezondheid: bijv. in extreme omstandigheden het verlies aan botmassa (astronauenziekte).

    Geopatische stress verstoort de invloed van het natuurlijke zwaartekrachtveld op het lichaam: grotten, ondergrondse holen, onderaardse stromen, waterafvoerende lagen, breuklijnen, mineraal- en steenkoollagen kunnen de boosdoener zijn.

    Stoornissen door geopatische stress kunnen aanleiding geven tot verstoringen van het slaappatroon, de biologische klok van het lichaam (natuurlijke ritmes van de stofwisseling doorheen de dag), en het zenuwstelsel. Hoe zwakker het zenuwstelsel, hoe gevoeliger het is voor geopatische belasting.

Wat betekent luchtionisatie en hoe heeft het een invloed op de gezondheid?

Luchtionen zijn geladen deeltjes in de atmosfeer en zijn van essentieel belang voor de gezondheid. De positief geladen luchtionen (PLIn) komen in de atmosfeer terecht via de zon, negatief geladen luchtionen (NLIn) worden in de aardkorst zelf gevormd door omzetting van radium. Luchtionen vangen als het ware vuile deeltjes in de lucht en zijn essentieel voor de luchtzuivering. Vooral de negatief geladen ionen hebben een gunstig effect.

1000 luchtionen per kubieke centimeter is de minimale concentratie voor een goede gezondheid. 50 luchtionen/kubieke centimeter geeft verstoring van het zenuwstelsel en her hormonaal stelsel en gaat gepaard met verzwakking van het immuunsysteem.
Watervallen, berglucht, zeelucht en een bosrijke omgeving leveren extra luchtionen. De lucht in grote steden bevat amper 30-500 luchtionen per kubieke centimeter afhankelijk van de hoeveelheid smog. In kantoren kan de kwaliteit van de lucht vaak onvoldoende zijn door slechte ventilatie en de vervuiling door printers of andere elektrische toestellen. Betonnering en asfaltering van grote oppervlakken verhindert de afgifte van negatieve luchtionen.

Vermoeidheid, hoofdpijn, concentratieverlies,... kunnen tekenen zijn van een slechte luchtkwaliteit. Het is aangewezen de ruimtes waarin u dagelijks veel verblijft voldoende te verluchten of bij ernstige of aanhoudende klachten een luchtionisator te plaatsen.